Blues Lake
Blues Lake is een schitterend vismeer en ligt in de buurt van Sint-Leenaarts in België.
Het meer wordt sinds 2002 beheerd door Malcolm Randers. Hij is langzaam begonnen om het meer bevisbaar te maken. Doordat het meer de laatste 10 jaar niet bevist was, waren oevers en water zo goed als niet bereikbaar.
In het water lagen boomstronken en grote wiervelden die eerst verwijderd moesten worden. Blues Lake bestaat uit 2 meren die met een wijde doorgang met elkaar zijn verbonden zodat de vis vrij heen en weer kan zwemmen.
Het kleinste meer heeft de vorm van een P. In het rechte gedeelte van de P vind je plekken met overhangende struiken en wat lelievelden. Het ronde gedeelte van de P is het diepst, hier is maar één stek. Deze stek wordt de Billy-No-Mate-Swim genoemd.
In het grote meer bevindt zich aan één kant een eiland met rondom veel lelievelden. Ook achter het eiland zijn veel lelievelden en mooie ondiepe zandplaten. Samen omvatten de meren 3,5 hectare schitterend viswater en zijn er verdeeld over de oevers van de twee meren 10 stekken. Om verkassen en of struinen mogelijk te houden, worden er niet meer dan zes vissers tegelijk op het meer toegelaten. Ook wordt er zo gewaarborgd dat het vangen van een medevisser zo minimaal mogelijk is. De stekken zijn ruim en enkele stekken bieden de mogelijkheid om er met 2 man te vissen. Het hele meer is omgeven door bomen en struiken waar tussen de stekken zich bevinden.
Wij werden op het meer opmerkzaam gemaakt door een kennis die er al eens op uitnodiging had gevist. Hij kon ons zo veel informatie over het meer verstrekken en foto’s van door hem gevangen vissen laten zien dat we al snel enthousiast werden. Mede doordat de mogelijkheid bestaat om het gehele meer voor een redelijke prijs af te huren (€ 1000,- voor een week, 2004) werd al snel het plan geboren om dit met een groepje van zes man te gaan doen. Tijdens deze week op Blues Lake is er door iedereen vis gevangen. Niet alle stekken liepen op dat moment even goed, maar er is niemand zonder vis naar huis gegaan. Er zijn verscheidene dertigers gevangen met als zwaarste een vis van 35,6 pond. We hebben echter nog dikkere exemplaren zien zwemmen. Over het gewicht van deze vissen kunnen we natuurlijk alleen maar speculeren.
De zwaarste vissen tot nu toe gevangen op het meer gaan tot net over de 40 pond. Doordat er nog maar zo weinig gevist is de laatste jaren is het niet moeilijk om een vis te verschalken. Van dressuur in enige vorm is geen sprake. Gecompliceerde onderlijn montages e.d. zijn dan ook niet nodig. Brasem komt zo goed als niet voor in het meer, dus vissen met zachte maïs is mogelijk. Ook wil de vis graag een korst brood van het wateroppervlak happen en achter het eiland is het schitterend om met een pennetje tussen de plompen vissen. Bij het meer bevinden zich twee gebouwtjes die tijdens het verblijf tot ieders beschikking staan. Het “Hoofdgebouw” bevindt zich bij de entree van het terrein. Dit gebouw is in twee helften verdeeld. In het ene gedeelte is een zit- en kookhoek. In deze ruimte bevindt zich ook een vriezer en koelkast die door iedereen gebruikt kan worden. De kookhoek bestaat uit een driepits gastel, magnetron, frituurpan en alle kookgerei die je maar kunt bedenken tot pannen, borden, bekers en bestek aan toe en zelfs een barbecue. Dat dit alles al aanwezig is, scheelt een hoop gesleep en bagage. Het opladen van accu’s e.d. is hier ook mogelijk.
In de andere helft van het gebouw bevinden zich een ruime en schone douche en een toilet. Een groot pluspunt is dat het gebruik van al deze faciliteiten rond het meer bij de prijs is inbegrepen. Iets wat ik nog niet eerder heb meegemaakt op een betaalwater. Het enige dat Malcolm in ruil voor het gebruik van alles vraagt, is dat je het compleet en weer schoon op de plaats achter laat. Ook in het tweede gebouwtje bevindt zich een kookhoek met gastel en is er kookgerei aanwezig. In dit gebouwtje is alleen geen stromend water en elektriciteit. Eventueel is deze hut te gebruiken als grote luxe bivvy. Er zijn twee ruime stekken aan de voorkant van de hut.Ook liggen er twee polyester boten die iedereen kan gebruiken. Voor boodschappen hoef je ook niet lang achter je hengels vandaan. Op nog geen vijf minuten afstand bevind zich een supermarkt waar van alles te koop is. Wil je helemaal niet achter je hengels vandaan dan zijn er diverse mogelijkheden om een maaltijd te laten bezorgen. Adressen en telefoonnummers zijn te vinden op het prikbord in het hoofdgebouw.
In de week dat wij daar hebben gevist, hebben wij Malcolm leren kennen als iemand die zeer betrokken is bij zijn water en het welzijn van de vissen. Dit alles wel op een positieve manier voor de gasten. Ik heb nooit een moment het gevoel gehad dat ik in de gaten werd gehouden, zoals op vele wateren wel gebeurt, of ik mij wel aan de regeltjes hield. Natuurlijk zijn er op Blues Lake ook regels, maar deze zijn niet overdreven en belemmeren je niet in of bij het vissen. En als Malcolm langs komt, dan is dit voor een gezellig praatje, tips en goede raad.
Wij hebben een heerlijke week beleefd en genoten van de omgeving en de mooie vissen.Een week zeker voor herhaling vatbaar. Het onderstaande stuk geeft een en ander nog beter weer, want dit betreft de ervaringen van twee Blues Lake gangers van die week, Louis en Bennie Huisman.
Blues Lake, 12 tot en met 28 mei 2005.
Na de stekken te hebben bepaald kon het opbouwen beginnen. Tegen het eind van de middag was dit alles gereed en lagen de hengels hun plekkie. Zelfs ons buikje was al weer rond gegeten. Op ons gemakkie voor de tent zittend vroegen we ons af wat het zou gaan worden deze week. Net voor het donker werd een piep op één van mijn beetverklikkers. Bonk, bonk, bonk in mijn keel. 2 tellen later een dikke streep. De eerste aanbeet nu al. Na een sterk gevecht was de eerste vis binnen. Het leek wel of er van iedereen een bepaalde spanning viel, zo van ze doen het!
De Spiegel.
Door het mooie weer kon je de vissen goed bekijken als ze lekker in de zon lagen of achter elkaar aan zaten. Dit omdat ze tegen de paai zaten. Ik heb ondertussen twee vissen verspeeld. De vissen zwommen hard door de lelievelden en trokken mijn haken krom. Dit had ik thuis nog niet meegemaakt met de Korda Wide Gape haken. Hier nu al twee keer achter elkaar. Dan maar andere eraan, mijn oude vertrouwde Hyabusa’s. Hier kreeg ik ook een losser op. Ik voelde me ziek, je zag zulke mooie vissen zwemmen en ik verspeelde er nu al drie achter elkaar. ’s Ochtends net met het licht worden weer een kans. Dit voelde lomp, Ik kreeg weinig beweging in de vis. Benny stond al te wachten met het net. Meter voor meter kwam daar iets lomps uit het water. In het eerste ochtendlicht zagen we een grote ronde witte flank. Benny kon als eerste de vis zien en riep: “Een spiegel man en nog een dikke ook”. En daar kwam die pannekoek omhoog. Ben schoof het net eronder. Dit was de dikste spiegel die ik ooit had gevangen. Hij stond op knappen. Ik wilde deze vis niet in de zak doen en we besloten meteen foto’s te maken.
Mijn zieke gevoel was meteen verdwenen, mijn week kon niet meer kapot.
Voor het eiland was het moeilijk om een vis te vangen. De vissen lagen lekker achter het eiland en als ze het wijd op gingen dan zwommen ze snel de doorgang door en weg waren ze. Benny en ik hebben zitten dubben om achter het eiland te gaan zitten. Hierdoor zouden we ons gelijk beperken tot stijf achter onze hengels te blijven zitten. En mochten we beet krijgen dan was het wel makkelijk dat je hulp kreeg met het scheppen van de vis evt. door iemand met een boot. En we hadden met zijn tweeën maar één boot tot onze beschikking. Achter het eiland zouden we tegenover elkaar komen te zitten. Als we de boot van elkaar nodig hadden ,zouden we over onze stekken heen moeten varen. Het was daar maar een meter diep dus vonden we het risico te groot dat we na een paar vissen alles achter het eiland weg hadden gejaagd. We besloten om alleen de laatste nacht achter het eiland te gaan vissen. Hierover later meer.
Mijn hengels moesten er ver in om bij de azende vissen in de buurt te komen. Iets dat link werd, omdat ik richting eiland en doorgang viste. Als de vis als een speer achter het eiland via de doorgang zwom, zou er geen houden meer aan zijn. Op een keer kreeg ik een run en stond gelijk bij mijn hengels. Ik kon een paar meter lijn pakken en de vis trok langzaam naar het eiland. We dachten aan de lijn te zien dat hij net voor het eiland langs ging. Fout, hij knalde achter het eiland wat resulteerde in een lijnbreuk. Dit nooit meer, vanaf nu gelijk de boot in. En de volgende run liet natuurlijk lang op zich wachten, maar eindelijk was hij daar. Een dikke streep uit het niets. Gelijk de boot in en achter de vis aan. Ik was snel bij het eiland. De vis zat achter het eiland en alles verliep zoals gepland. Echter door de wind werd ik tegen het eiland aan geblazen en mijn net kwam vast te zitten in die ene bramenstruik die er stond. Hier zat ik. De vis bleef lijn nemen en mijn net muurvast. Gelukkig zag Bertus dit alles gebeuren en kwam mij te hulp. Ik heb mijn net laten hangen en de boot laten meetrekken door de vis. Bertus maakte mijn net los en kwam naar mij toe gevaren. Hij kon de vis eindelijk scheppen.
De laatste nacht achter het eiland.
We hadden nog één nachtje te gaan. We besloten om zoveel mogelijk alles vast in te pakken. Als je namelijk een hele hut tot je beschikking hebt, kan het nog wel eens een rommeltje worden. Alles wat we niet meer nodig hadden, ging vast in de auto. We moesten, zoals eerder al geschreven, tegenover elkaar zitten. Benny kreeg de boot omdat hij bijna zeker zijn vissen moest gaan halen. Hij had meer vertrouwen in mijn stek, maar dat ging snel over. Zijn hengels lagen er net in en daar kwam de eerste aanbeet. Een mooie spiegel.
Tijd voor een hapje eten. Ik had de pannen, dus ik moest koken. Als het klaar was, zou Benny snel een keer heen en weer lopen om zijn bord op te halen. Hij was nog geen 30 meter bij zijn hengels vandaan en daar ging zijn pieper al. Snel terug naar zijn hengels en daar kwam een mooie 28 ponds schub op de kant met een indrukwekkende kop.
Ben heeft zijn hengels maar effe op de kant gelaten om eerst zijn eten maar op te eten. Bij mijn hengels was het rustig. De vissen bleven door het benauwde weer boven in hangen. Bij Benny zag je niks en hij kreeg de aanbeten. Ik besloot om op mijn rechter hengel een popup de doen die even hoog moest hangen zoals de vissen zwommen. Ik viste die hengel bijna tegen de kant en het werd een popup van bijna een meter. Die nacht kreeg Benny nog twee runs waaronder een mooie leder van 26 pond en daar ging dan mijn pieper af. Jawel de rechter eerst even een paar losse piepjes en daar ging hij. Ik had de hengel snel vast en meer kon ik niet tegen de vis beginnen. Wat waren ze hier sterk. Hij ging dwars door mijn andere lijnen heen. En in de haast heb ik mijn lampje vergeten te pakken en ik kon er net niet bij. Ik heb mijn andere pieper maar uitgezet en kreeg de vis eindelijk binnen. Snel de andere lijnen doorgeknipt, want het was door het heen en weer zwemmen van de vis één kunstwerk geworden. Daar stond ik dan, drie hengels die opnieuw opgetuigd konden worden. Na een uurtje prutsen, lag alles weer op zijn plek en ik lekker tussen de muggen op mijn bedje. Dit was helaas ook de laatste vis gevangen in deze week.
Louis Huisman
Site Blues Lake - Klik hier!!!



















